|
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |
|
In geval van brand, kan een rookmelder het leven van u en uw gezin redden. Recent onderzoek heeft aangetoond dat mensen met werkende rookmelders 100% meer kans hebben een woningbrand te overleven! Rookmelders waarschuwen u razendsnel bij brand, ook wanneer u slaapt. Een klein beetje rook is voldoende om een luid piepend alarm te doen afgaan. U bent meteen gewaarschuwd, of wakker. U heeft dan meestal nog voldoende tijd om uzelf en uw gezin in veiligheid te brengen. En die tijd heeft u hard nodig. Een klein beginnend brandje, kan binnen 3 minuten uitgroeien tot een grote uitslaande brand. Naast het vuur, schuilt het gevaar meestal ook in de rook. De rook is heet, zorgt dat u niets meer ziet (en dus ook snel de weg kwijt bent) en is verstikkend. Rookmelders die aan een alarminstallatie gekoppeld zijn waarschuwen ook tijdens afwezigheid via de telefoon dat er brand is, zo kunt u tijdig maatregelen treffen. NCP geregistreerd.
|
 |

Rookmelder
|
VROM Dossier Rookmelders |
 |
|
1. Waarom zijn rookmelders nuttig? Gemiddeld breekt jaarlijks in zo'n 8000 woonhuizen in Nederland brand uit. Daarbij vallen ongeveer 50 doden en 500 gewonden. Vooral wanneer een brand te laat wordt ontdekt, is de kans op een fatale afloop groot. De overheid adviseert daarom het gebruik van rookmelders. Een rookmelder is een apparaat dat de aanwezigheid van rook aangeeft. Zo'n melder kan waarschuwen voor het te laat is: voordat rook en vuur zich in een woning of een kantoor hebben verspreid en vluchtroutes zijn afgesneden. Ook bij branden die 's nachts ontstaan (als bewoners liggen te slapen en de brand meestal pas laat bemerken) of in ruimten waar niemand zich bevindt, kunnen ze bijzonder nuttig zijn.
2. Waar moet de rookmelder worden opgehangen en hoeveel zijn er noodzakelijk? In het algemeen kan er worden volstaan met één rookmelder per bouwlaag, deze kan het best worden geplaatst op het plafond van de hal waar de kamers op uitkomen. Bij een woningen met meerdere bouwlagen is het verstandig om op iedere verdieping de rookmelder op het plafond bovenaan de trap aan te brengen. Desgewenst kunt u extra melders bijplaatsen in de (slaap)kamers die men vaker gebruikt. Ter voorkoming van vals alarm is het af te raden een rookmelder op te hangen in de keuken, badkamer of garage. Houd er rekening mee dat de melder op een afstand van tenminste 50 cm. van de zijmuur van het vertrek moet worden geplaatst. In verband met veranderde luchtstromen dient u er tevens voor te zorgen dat de rookmelder niet in de buurt van ventilatieopeningen of radiatoren wordt opgehangen. Bij het monteren van meerdere melders is het wellicht verstandig gebruik te maken van 'gekoppelde rookmelders'. Indien één van dergelijke melders rook signaleert, zullen namelijk alle aangekoppelde melders een alarmsignaal geven.
3. Hoeveel woningen hebben inmiddels een rookmelder? Sinds eind jaren tachtig is het gebruik van rookmelders - mede door de voorlichtingscampagnes van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en van de Stichting Consument en Veiligheid - sterk gestegen. Volgens schattingen zijn meer dan 1 miljoen rookmelders verkocht. Dat betekent dat ongeveer 1 op de 10 Nederlandse huishoudens zo'n melder heeft. Sinds 1 januari 2003 zijn rookmelders in nieuwbouwwoningen verplicht.
4. Welke soorten rookmelders zijn er? Er zijn verschillende typen rook- en brandmelders op de markt. De twee meest bekende en gebruikte zijn de ionisatie- en de optische rookmelder. Beide werken op het lichtnet of op een batterij.
* De optische rookmelder werkt met een geconcentreerd lichtstraaltje. Die wordt, simpel gezegd, in de binnenkamer van de melder in een rechte lijn van de ene naar de andere kant gestraald. Op een van de zijkanten in de melder zit een detector. Ontstaat er rook in de ruimte waar de melder hangt, dan weerkaatsen de rookdeeltjes de lichtdeeltjes. Er valt dan strooilicht op de detector en de melder gaat af. * De ionisatierookmelder werkt met behulp van een kleine radioactieve bron. Meestal is dat Americum-241. De radioactieve bron straalt zogenaamde alpha-deeltjes in de binnenkamer van de rookmelder. Deze deeltjes zorgen voor het ontstaan van ionen (elektrisch geladen deeltjes) in de lucht, die in de melder heen en weer bewegen. Als de lucht vervuild raakt - wat het geval is bij rookontwikkeling - dan verandert de beweging van de ionen en slaat de rookmelder alarm.
5. Hoe reageren de verschillende typen rookmelders bij brand? Onderzoek van het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (Nibra, http://www.nibra.nl) heeft uitgewezen dat bij branden in woningen verreweg de meeste slachtoffers (ruim 75 procent) zijn te betreuren bij zogenaamde smeulbranden. Minder dan 25 procent van de dodelijke slachtoffers vallen bij snelle branden. Dit worden wel open-vlammenbranden genoemd. Kenmerkend voor dit soort branden is dat er binnen 1 tot 5 minuten een brand met fikse vlammen ontstaat. Een smeulbrand daarentegen is een trage, langzame brand waarbij het wel 15 tot 60 minuten kan duren voor er duidelijke vlammen ontstaan. Bij een smeulbrand zijn de rookdeeltjes groot. Dit komt omdat er geen volledige verbranding plaatsvindt. Dit in tegenstelling tot de open-vlambranden. De optische rookmelder reageert sneller dan de ionisatierookmelder op grote rookdeeltjes en dus op smeulbranden. In sommige gevallen - als de rookmelder in een vertrek hangt waar de brand niet is uitgebroken - gaat de ionisatiemelder minuten later af dan de optische rookmelder. Bij open-vlammenbranden is de ionisatiemelder weer sneller. Maar hier is het verschil uit te drukken in enkele seconden.
6. Hoe zit het met radioactieve straling? De ionisatierookmelder heeft een kleine radioactieve bron. Daarom valt de melder onder het Besluit Stralingsbescherming. Dit besluit stelt de voorwaarden voor een veilig gebruik gebruik van radioactieve stoffen. In het algemeen geldt voor het gebruik van radioactieve stoffen een vergunningplicht, maar in sommige gevallen en onder bepaalde omstandigheden is het mogelijk hiervoor vrijstelling te geven. Omdat de ionisatierookmelder een belangrijke rol speelt in het voorkomen van doden en gewonden bij brand, is het sinds 1984 mogelijk ionisatierookmelders zonder vergunning te verhandelen en te gebruiken, mits de melder aan strenge eisen voldoet. De Ministeriële regeling goedgekeurde ionisatierookmelders bevat de regels hieromtrent en de lijst met de rookmelders die aan de eisen voldoen en dus zijn goedgekeurd. Deze regeling wordt in de Staatscourant gepubliceerd. Op dit moment zijn meer dan 200 verschillende merken en soorten rookmelders in de lijst opgenomen. Voor het gebruik van deze rookmelders is dus geen vergunning nodig. De goedgekeurde ionisatierookmelders zijn niet gevaarlijk. Er zit slechts weinig radioactieve materiaal in en dat zit bovendien goed ingepakt (volgens internationale kwaliteits- of ISO-eisen) zodat het niet lekt. Zelfs bij brand of zware klappen komt de radioactieve bron niet bloot te liggen. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM, http://www.rivm.nl) heeft berekend dat de radioactieve dosis als gevolg van gebruik van deze rookmelders ruimschoots onder alle wettelijke grenzen blijft. Dat geldt ook voor de internationaal aanvaarde 'trivial dosis' van 10 microsievert per jaar. Gezondheidsbezwaren zijn er dus niet.
7. Waarom wordt de verkoop van ionisatierookmelders verboden? In het verleden werden ionisatierookmelders veel betrouwbaarder geacht dan de optische rookmelders. Daarvan is echter geen sprake meer. Het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (Nibra) concludeert dat er betrouwbare rookmelders van beide typen zijn en zelfs dat de optische rookmelders door verbeterde technieken (iets) beter zijn waar het gaat om het detecteren van rook bij smeulbranden. Het Nibra adviseert daarom in woningen het gebruik van optische rookmelders. Gezien het feit dat er niet langer de noodzaak bestaat om ionisatierookmelders in woningen te gebruiken, heeft de overheid besloten het gebruik daarvan in woningen te ontmoedigen. Dus niet vanwege gezondheidsgevaren (want die zijn er niet), maar omdat er betere alternatieven zijn. In nieuwbouwwoningen worden vanaf 1 januari 2003 uitsluitend optische rookmelders geïnstalleerd en vanaf 1 januari 2006 zal de verkoop van ionisatierookmelders voor huishoudelijk gebruik in het geheel niet meer mogelijk zijn. Het gebruik ervan blijft overigens wel mogelijk, dat wil zeggen dat wie na die datum nog een ionisatierookmelder aan het plafond heeft hangen, hem niet hoeft te verwijderen.
8. Hoe duur zijn de verschillende typen rookmelders? De ionisatierookmelder is goedkoper dan de optische rookmelder. In de industrie - fabriekshallen en bijvoorbeeld opslagplaatsen - worden soortgelijke rookmelders gebruikt. De optische rookmelders zijn voor deze sector ongeveer anderhalf maal zo duur als de ionisatiemelder. Voor de consument was tot voor kort de optische rookmelder twee- à driemaal zo duur als een ionisatierookmelder. De verwachting is echter dat optische rookmelders steeds goedkoper zullen worden, terwijl de ionisatierookmelder juist flink duurder kan worden. Overigens: rookmelders die op het lichtnet zijn aangesloten, zijn duurder dan rookmelders die op een batterij werken. Gebruikt u een rookmelder met batterijen, test deze batterijen dan elke drie maanden. Wellicht kunt u de datum in een agenda noteren of op een muurkalender schrijven.
9. Welke ministeries houden zich bezig met rookmelders en brandveiligheid? Brandveiligheid is de verantwoordelijkheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). VROM maakt beleid voor ionisatierookmelders.(vanwege de aanwezigheid van een kleine radioactieve bron) en voor de bouwregelgeving (waarbij onder meer de brandveiligheid van gebouwen wordt geregeld).
10. Hoe moeten ionisatierookmelders worden verwijderd? Zowel de optische als de ionisatierookmelders moeten worden ingezameld conform het Besluit beheer wit- en bruingoed (zie dossier Wit- en bruingoed). Dit houdt in dat de consument de rookmelders in kan leveren als kleine huishoudelijke elektronische apparaten bij de gemeente of bij de winkelier waar een nieuw apparaat wordt gekocht. De organisaties die verdere verwerking van deze afvalstroom verzorgen, zullen de radioactieve bronnetjes apart houden en naar de COVRA (Centrale Organisatie voor Radioactieve Afval) sturen. Afgedankte ionisatierookmelders vanuit industriële toepassingen worden geretourneerd aan de leveranciers voor verdere verwerking of doorzending naar de COVRA.
|
 |
 |
|
Printerversie
|
|
 |
|